Op stap met Julien Vrebos
‘t Is niet toevallig dat ik Julien Vrebos, bekend Woluwenaar bij uitstek, ontmoet in café St-Alixe, hij woont immers maar enkele huizen verder op het Sint-Aleisdisplein. Geboren in Elsene, woonde hij in Schaarbeek en vervolgens in Sint-Lambrechts-Woluwe, om dan in ’68 naar onze gemeente te verhuizen.’t Is een echte Brusselse ket, die me dan ook voortdurend ‘suske’ noemt.
Na de basisschool in de Kerselarenlaan, liep hij school in het Koninklijk Atheneum van Etterbeek om vervolgens landmeter te worden. Hij legde echter het taalexamen bij de gemeente af en ging aan het werk als opsteller. Na zijn legerdienst bij de luchtmacht, ging Julien fotografie in Leuven studeren en verkreeg een job als publiciteitsfotograaf. Hij keerde echter naar de gemeente terug. Ondertussen schreef hij ook artikels voor o.a. Het Laatste Nieuws en werkte voor de radio. 16 jaar geleden kreeg hij dan het unieke aanbod om voor televisie te gaan werken en daar bleef het niet bij. Na Le Bal Masqué bracht hij verleden jaar zijn tweede film uit: The Emperor’s Wife. En een derde is in zicht…
CD: Je hebt een speciale band met het Sint-Aleidisplein…
JV: Als kind verloor ik er mijn hart, terwijl ik er kwam spelen met de copains uit de wijk. Mijn droom was dan ook terugkeren naar het pleintje uit mijn jeugdherinneringen. Dat lukte in ’82. Ik ben verknocht aan het St.-Aleidisplein, ’t geeft me een dorpsgevoel. Mijn ontbijttafel heeft zicht op het plein en van ’s morgens vroeg kijk ik erop uit. Ik ben zinnens hier tot het eind van mijn dagen te blijven rondhangen. Hier in de gemeente wonen heeft trouwens ook wel een praktische kant: ik rijd steeds tegen de files in.
CD: Je werd verslaggever van de gemeenteraad. Hoe ging dat in zijn werk ?
JV: Op de gemeente SLW, waar ik werkte, vernam ik dat Will Tura er zou trouwen met zijn Jenny voor de wet. Dat was een goed bewaard geheim, maar ik leverde de primeur aan Het Laatste Nieuws in ruil voor een plaatsje als beginnend journalist. En zo begon ik met o.a. de verslagen van de gemeenteraad van Sint-Lambrechts en artikels over het leefmilieu. Na een tijdje kwamen daar ook stukjes over de gemeenteraad van SPW bij. Vooral Dhr. Persoons vond ik een fascinerend, maar ook charmant man. Hij noemde me un petit journaliste gauchiste d’un journal libéral flamand. Ik maakte heel wat bazaar toen ze het terrein Abbé Froidure probeerden verkopen en haalde de koppen van de krant HLN. Ook het feit dat Monsanto 2 verdiepingen hoger mocht bouwen dan de rest, bracht ik aan het licht, evenals het feit dat de gemeente op die 2 étages dan dubbel zoveel taksen zou innen. ’t Was een leuke tijd. In mijn boek “Sinten van Speculaas” heb ik François Persoons trouwens tussen alle grote politici geportretteerd. Ik vergeleek hen met sinten van speculaas. De volledige opbrengst van het boek ging naar Poverello. Hij kon toen niet op de vernissage aanwezig zijn, maar was de enige die me belde van de beschreven politici en stortte daarenboven een fiks bedrag aan de stichting in de Marollen die ik steunde.
CD: Hoe kwam je ertoe om televisiewerk te verrichten ?
JV: Ik werkte met Jan Wauters mee aan stukjes voor de radio en op een dag hoorde Cas Van Der Taelen een stukje van me over “Salondansen”. Verrast door de stijl ervan, nam hij contact met me op en zette me aan het werk voor het programma ‘Terloops’. Ik liet een nieuwe wind waaien door de interviews en bracht nieuwe items aan. Van het een kwam het ander. Ik werket voor verschillende zenders en voor de publiciteitswereld. Daarna zette ik de stap naar de film.
Ik word regelmatig gevraagd om te komen lesgeven. Da’s echter onmogelijk, want ik ben zelfstandige. Met een engagement als leraar zou ik niet de films en opdrachten kunnen aannemen, die ik wil. Ik wens niet te gaan schipperen tussen 2 jobs. Ik geef wel regelmatig workshops voor jongeren. En mijn ambitie is om nooit met pensioen te gaan…
CD: Welke plannen liggen in het verschiet ?
JV: Voor Vitaya ga ik een toeristisch programma met ann Ceurvers in mekaar boksen, ook voor het sportnet van de VRT ga ik werken en dan begin ik volgend jaar mijn derde film te draaien, gebaseerd op het boek “De Garnaalpelster” . Voorts ligt er ook een komedie rond internet op stapel.
CD: Hou je er ’n hobby op na ?
JV: Ik ben dol op koken. Ik bracht trouwens niet zo lang geleden een kookreeks op DVD uit: 'Chefs à la Julien'. Mijn recepten bedenk ik meestal zelf, ofwel transformeer ik recepten en maak ze minder ‘zwaar’. De ingrediënten zijn zeer belangrijk.
Als Julien me dan vervolgens de ‘bodding’ beschrijft, die hij net bakte, loopt het water me in de mond. Volgende keer in de boekhandel kijk ik vast en zeker uit naar zijn DVD en schaf hem aan. Ik wens Julie succes met zijn volgende producties en verlaat het café en zijn geliefde Aleidisplein, terwijl hij nog een laatste keer ‘suske’ tegen me zegt...
Carla Dejonghe
|