Op stap met Patrick Crombé
Het beeldhouwwerk voor onze trouwzaal intrigeert me al jaren en ik ga dan ook op zoek naar de schepper ervan. In het Museum Felix De Boeck ontmoet ik Patrick Crombé, die daar 50 werken tentoonstelt. Momenteel woont hij in Vlezenbeek, maar Patrick groeide op in de Centrumwijk en draagt onze gemeente duidelijk in zijn hart. Hij is nog vaak in Woluwe om zijn moeder op te zoeken die in de F. Gaystraat woont. En dat we nog bij dezelfde kleuterjuf zaten in de gemeenteschool in de Thielemanslaan schept dadelijk een band…
Patrick Crombé werd geboren op 25 november 1955. Reeds als kind bracht hij zeer veel tijd door in het steenkappersatelier van zijn vader. Nadat hij een wedstrijd tekenen en boetseren won op het Sint-Jozefscollege, waar hij schoolliep, schreef hij zich in aan de Academie te Etterbeek (en later te SPW). Na zijn humaniora volgde hij modeltekenen, kleur en vormgeving aan het Sint-Lukasinstituut, om daarna over te schakelen naar het beeldhouwatelier. De definitieve start van zijn kunstenaarsloopbaan kwam er nadat hij tot laureaat werd uitgeroepen van de ‘jonge Vlaamse beeldhouwkunst’ en nog tal van andere prijzen in de wacht sleepte. Momenteel beeldhouwt hij, maar is daarnaast ook leraar vormgeving en tekenen aan de academie te Sint-Pieters-Leeuw. Hij stelt vooral in het professioneel galeriecircuit tentoon en krijgt geregeld opdrachten uit het buitenland.
Crombé bewerkt voornamelijk steen en kiest voor vereenvoudiging. Zijn aandacht gaat vooral naar arduin en marmer. ’t Is dan ook niet verwonderlijk dat hij facultatief in België en in een studio in Carrara (de bron van het marmer) werkt. Vaak begint hij een beeld in Italië om het dan hier af te werken. Een constante in zijn werk is de oppervlaktebewerking, de aanwezigheid van de huid van de steen: ruwe kanten tegenover glad gepolijste glimmende oppervlakten. Naast marmer en arduin, werkt Patrick ook in metaal en brons.
CD: Hoe komt je beeldhouwwerk voor de trouwzaal ?
PC: In ’85 exposeerden we met zijn vieren in het gemeentehuis: Bezar, Alsteens, Vandenbroeck en ikzelf en ’t is er gewoon blijven staan. Misschien pik ik het binnenkort eens op en herwerk het.
CD: Vanwaar je voorliefde voor steen ?
PC: Ik kom uit een familie met 4 generaties steenkappers.Henri, Fredericus, Jean-Baptiste en nu ik. In het atelier van mijn vader heb ik leren kappen en polijsten. Tijdens de vakanties had ik dan ook steevast een vakantiejob: grafzerken zetten. Mijn voorliefde voor steen en in het bijzonder marmer is dan ook vrij logisch. Ik heb in andere materialen gewerkt, maar ben met steen begonnen en zal met steen eindigen. Een steen moet je voelen en kennen. Het is dan ook mogelijk dat een werk op een week af is, maar evengoed kan het 2 jaar blijven liggen.
CD: Welke herinneringen heb je zoal aan de gemeente ?
PC: Ik heb hier een fijne jeugd gehad. En als je dan bedenkt dat er nog schapen in de buurt graasden als ik naar de lagere school ging... We speelden ook vaak op de berg in de buurt, die dan afgekalfd werd om grond te hebben voor de expo van ’58. Maar vooral aan de danslessen op Mater-Dei, waar we alleen maar heen trokken om de ‘maskes’ te ontmoeten, heb ik natuurlijk fantastische herinneringen.
Woluwe is ondertussen fel veranderd. Volgens mij is er minder sociaal contact. En ik mag er jammer genoeg geen lawaai en stof maken, da’s dan ook de reden waarom ik verhuisde.
CD: Welke plannen liggen in ’t verschiet ?
PC: Ik ga de groepstentoonstellingen organiseren in het Museum Felix De Boeck en dit volgens thema’s die ik zelf bepaal. Het eerste wordt ‘geometrie’. Voorts stel ik zelf tentoon op de Square Steurs in Sint-Joost in september. Het cultureel centrum van Herk-de-Stad, Galerij De Mijlpaal in Heusden-Zolder en een tentoonstelling in Bornem liggen al vast voor 2005. En voorts heb ik nog enkele opdrachten lopen. Het wordt druk.
CD: Wat is een leuk aspect aan beeldhouwen ?
PC: Enorm fijn zijn de symposiums die ik mocht meemaken. Dan krijg je de gelegenheid om beeldhouwers uit alle windstreken te ontmoeten. Je leeft en werkt een maand samen en dat geeft een geweldig gevoel.
CD: Kan je ’s een minder leuke ervaring vertellen ?
PC: Ik deed mee aan een groepstentoonstelling in Park Steurs en we werden gebeld dat koningin Paola zou komen kijken om 12u30 en alle kunstenaars moesten aanwezig zijn. Zo stonden we netjes als soldaatjes allemaal naast ons kunstwerk. Natuurlijk was ze anderhalf uur te laat. En toen ik haar antwoordde in het Italiaans,verkoos ze verder Frans te spreken.
CD: Heb je nog een droom ?
PC: Eén groot monumentaal beeld kunnen realiseren in Brussel, misschien nog wel het liefst in Sint-Pieters–Woluwe.
Ik wens het hem van harte toe en zal het zeker niet nalaten om dit artikel eens onder de neus van de schepen van cultuur te duwen. Je weet maar nooit…
Carla Dejonghe
|