POLITIE ONDER DE LOEP
Na de gebeurtenissen in de zomer van ’96 wenste de burger een radicale ommezwaai van het politioneel en justitieel apparaat. De overheid reageerde hierop met het zogenaamde Octopusplan. De diverse elementen uit dit akkoord werden vertaald in een wet, die de politiehervorming inleidde. Met deze hervorming werd resoluut gekozen voor één geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus. De gemeentelijke politiekorpsen en de lokale rijkswachtbrigades zouden gaan samenwerken in interpolitiezones om alzo overlapping en bevoegdheidsconflicten op te heffen. België werd dus ingedeeld in 196 politiezones. Sint-Pieters-Woluwe zit in een meergemeentenzone, samen met Etterbeek en Sint-Lambrechts-Woluwe. De zone kreeg de naam Montgomery (nummer 5343) en bestaat dus uit de vijf korpsen van deze drie gemeentes. De taken en bevoegdheden worden waargenomen door respectievelijk de politieraad en het politiecollege.
Na het interview met commissaris Marc Monin verleden maand van de “ex-gemeentelijke politie”, is het niet meer dan normaal dat het nu de beurt is aan commissaris Willy Steegen van de “ex-federale politie”.
Willy komt oorspronkelijk uit Genk, maar verhuisde in oktober ’92 naar onze gemeente toen hij brigadecommandant van de rijkswacht werd. In 2001 veranderde dat in commissaris, binnenkort in divisiechef.
Commissaris Steegen houdt van reizen en zeilen en fotografeert er dan verwoed op los (het hele commissariaat hangt vol met prachtige foto’s). Daarenboven is hij een fervent motorfanaat en – hoe kan het ook anders- een hevig supporter van Racing Genk.
CD: Wat gaat er juist gebeuren in onze politiezone ?
WS: De politiezone waarvan we deel uitmaken bestaat uit de 5 verschillende korpsen van SPW, SLW en Etterbeek. De dringende interventiediensten worden gecentraliseerd op één centraal punt in Etterbeek. Elke gemeente houdt een divisie met als belangrijkste taak: onthaal en nabijheidspolitie. Divisies op verschillende punten in de gemeenten houden, is belangrijk: we staan zo veel dichter bij de bevolking.
Al het personeel kan optimaal ingezet worden. Er is lang en nauwkeurig overwogen welke methode we zouden volgen. Door sommige zaken te centraliseren of juist te decentraliseren verhoog je de capaciteit van het personeel in de zone.
CD: Wanneer is het zover ?
WS: Op 1 mei start de werkelijke integratie van onthaal en nabijheidspolitie in onze gemeente. De in plaatsstelling van de andere diensten volgt in september. De ex-gemeentelijke en ex-federale politie van SPW vormen dan samen één divisie en die zal gehuisvest zijn in de David Van Beverstraat, nummer 6.
De divisie zal naast het onthaal en de nabijheidspolitie bestaan uit de gedeconcentreerde recherche en de antenne familie-jeugd. De gebouwen worden zo economisch mogelijk aangewend en door alle deze diensten te groeperen bevorderen we de communicatie.
CD: Je wordt divisiechef. Wat houdt dat in ?
WS: Ik zal de divisie hier in SPW leiden en coördineren, vooral op het vlak van human resourcement. Het personeelsbeleid moet op een menselijke manier gevoerd worden, maar met oog voor de noden van de bevolking. Wanneer en waar interventies moeten uitgevoerd worden is zeer verschillend van uur tot uur en van dag tot dag. Om een voorbeeld te geven: ’s morgens zijn er meer meldingen van diefstallen en gebeuren vaker ongelukken (ochtendspits). Tegen 9 uur is het wat rustiger, om 12 uur stijgt het aantal ongelukken weer, vanaf 17 uur zijn er meer winkeldiefstallen… De manschappen zullen ingezet worden waar ze het nuttigst zijn. Als adjunct komt een officier uit Sint-Lambrechts me vervoegen.
CD: Wie bepaalt de opdrachten ?
WS: Waar we vroeger met actieplannen werkten, moeten we nu het veiligheidsplan volgen. Actieplannen waren zeer fenomeengericht (bvb. diefstal) en kenden een halfjaarlijkse evaluatie. Het veiligheidsplan regroepeert als het ware alle actieplannen. In het zonaal veiligheidsplan worden de prioritaire opdrachten en doelstellingen bepaald door de directeur-operaties i.s.m.de burgemeesters. Het moet natuurlijk kaderen in het nationaal veiligheidsplan. Dit stelt bijvoorbeeld de bijdrage van de lokale politie vast voor de uitvoering van opdrachten van federale aard. Het is een werkinstrument, dat regelmatig geëvalueerd wordt.
CD: Kan u enkele belangrijke basisopdrachten noemen ?
WS: Ik som er gewoon enkele op…
- het lokaal onthaal: een permanente onthaalpost die 24 op 24 uur bereikbaar is voor de bevolking.
- Interventie was en blijft een belangrijke taak
- Wijkwerking: de kloof tussen burger en politie dichten. Dit vergt een grote inzet van de nabijheidspolitie.
- ondersteuning van de federale politie, een typisch voorbeeld hiervan is de deelname aan ordediensten voor sportmanifestaties (voetbal).
- Verkeersveiligheid en –agressie is een niet te onderschatten probleem.
- Pro-actief werken: om een doeltreffende aanpak te ontwikkelen, moeten verdachte situaties in kaart gebracht om bij een misdrijf snel te kunnen ingrijpen.
- Slachtofferbejegening: de aandacht voor het slachtoffer blijft centraal staan in het politiewerk.
Maar ons werk omvat nog zoveel meer…
Carla Dejonghe
|